Eindejaarstips 2025: 14 Tips voor de IB-ondernemer

 

Eindejaarstips 2025: 14 Tips voor de IB-ondernemer

Het aftellen naar 2026 is begonnen. Wij zetten de belangrijkste actuele fiscale tips voor IB-ondernemers op een rijtje. Het is veel informatie, maar zeker de moeite waard om door te nemen.

Bekijk ook de tips voor particulieren en DGA’s

1. Zorg voor een urenadministratie

Het urencriterium is belangrijk om gebruik te maken van de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de oudedagsreserve, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek. U moet aannemelijk maken dat u in een kalenderjaar ten minste 1.225 uur aan uw onderneming hebt besteed. Als u geen startende ondernemer (meer) bent en u verricht naast het werk voor uw onderneming nog andere werkzaamheden (in of buiten dienstbetrekking), dan moet u ook aannemelijk maken dat meer dan de helft van uw voor werkzaamheden beschikbare tijd is besteed aan uw onderneming.

2. Handhaving op schijnzelfstandigheid

Vanaf 2025 is er een einde gekomen aan het handhavingsmoratorium. Dit houdt in dat de Belastingdienst weer is gaan handhaven op schijnzelfstandigheid, ook als geen sprake is van opzet of kwader trouw. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de (wettelijke) regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. De Belastingdienst kan met terugwerkende kracht naar 1 januari 2025 correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes opleggen als blijkt dat een zzp’er toch voldoet aan de criteria van een arbeidsverhouding. Daarbij geldt een overgangsperiode van één jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Deze zogenoemde ‘zachte landing’ wordt volgend jaar niet voortgezet. Dit betekent dat de Belastingdienst vanaf 2026 boetes kan gaan opleggen als ten onrechte wordt gewerkt met een overeenkomst van opdracht terwijl feitelijk sprake is van een arbeidsrelatie. Dit geldt dan ook als er geen sprake is van opzet of kwader trouw.

Let op! De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen modelovereenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers meer. Goedgekeurde overeenkomsten die op 6 september 2024 nog geldig waren, mag u nog wel gebruiken tot en met 31 december 2029.

3. Plan uw investeringen: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Heeft u in 2025 al genoeg geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (zie onderstaande tabel)? Zo niet, dan valt er wellicht nog wat fiscaal voordeel te halen! Om in aanmerking te komen voor deze investeringsregeling, moet een investering minstens € 450 exclusief btw bedragen. U kunt hier dan jaarlijks ook op afschrijven.





Let op! Heeft u een investering in een bedrijfsmiddel in 2020 gedaan en daarvoor toen de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geclaimd? Bij een eventuele verkoop binnen de vijfjaartermijn moet u rekening houden met een desinvesteringsbijtelling. Stel in dat geval de eventuele verkoop uit naar 2026.

4. Investeer nog in 2025 in energiezuinige bedrijfsmiddelen

Bent u van plan om binnenkort te investeren in een bedrijfsmiddel dat staat op de Energielijst van de RVO? Beoordeel dan of dit bedrijfsmiddel ook op de Energielijst 2026 is opgenomen. Zo niet dan is het mogelijk fiscaal voordeliger om nog in 2025 te investeren. Dit betekent dat u bijvoorbeeld dit jaar nog een opdrachtbevestiging of order moet ondertekenen. Wel moet u er rekening mee houden dat de energie-investering op tijd wordt gemeld bij de RVO.

5. Voorziening

Wilt u winstneming uitstellen? Kijk dan of u nog een voorziening kunt vormen. Daarvoor is al voldoende dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum, en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn mogelijk voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel.

6. Bijtelling elektrische auto van de zaak
Wanneer aan u of aan uw werknemer een auto ter beschikking wordt gesteld en deze auto mag ook voor privédoeleinden worden gebruikt, dan moet dit voordeel worden belast. De werkgever houdt dan rekening met een bijtelling van 22% over de cataloguswaarde. Bij de recente stemming in de Tweede Kamer over het Belastingplan 2026 is er ook een wijziging aangenomen met betrekking tot de bijtelling van de elektrische auto van de zaak vanaf 2026. In dit amendement is opgenomen dat de bijtelling voor een elektrische auto voor de komende jaren zal worden aangepast: in 2026 zal dit 18% over de eerste € 30.000 (2025: 17%) zijn en voor 2027 20% over € 30.000. Over het meerdere boven € 30.000 geldt het reguliere percentage voor de bijtelling van 22%. Vanaf 2028 vervalt het verschil in bijtelling volledig. Nieuwe elektrische auto’s krijgen dan hetzelfde tarief als nieuwe niet-elektrische auto’s: 22% over de volledige cataloguswaarde. Overweeg daarom nog dit jaar of het voordelig is om een volledig elektrische auto aan te schaffen of een leaseregeling te treffen. Zo kunt u maximaal profiteren van de lage bijtelling: 17% over de eerste € 30.000 gedurende 60 maanden.

Tip! Loopt uw huidige leaseregeling voor uw elektrische auto van de zaak of de leaseregeling voor uw werknemer in 2026 af? Bereken of afkoop van het huidige leasecontract en het aangaan van een nieuw contract voordeliger voor u is.

7. Extra belastingheffing op niet-elektrische personenauto’s van de zaak

Vanaf 2027 wordt er waarschijnlijk een extra belastingheffing ingevoerd voor niet-elektrische auto’s van de zaak, de zogenaamde pseudo-eindheffing. Deze eindheffing van 12% over de cataloguswaarde (inclusief BTW en BPM) zal mogelijk gaan gelden voor alle niet-elektrische personenauto’s (waaronder ook hybride auto’s) die zakelijk ter beschikking worden gesteld aan de werknemer en die ook voor privédoeleinden mogen worden gebruikt. Daarbij geldt dat het woon-werkverkeer ook als privé moet worden aangemerkt.

Deze heffing zal niet gelden voor bestelauto’s (met uitzondering van personenbusjes voor zorgvervoer). Voor auto’s ouder dan 15 jaar wordt voor de waardebepaling van de eind-heffing uitgegaan van de waarde in het economische verkeer. De eindheffing mag niet worden verhaald op de werknemer.

N.B. Indien u – als winstgenieter – aan uzelf een niet-elektrische auto van de zaak ter beschikking stelt dan geldt deze regeling niet voor u; u wordt namelijk zelf niet als werknemer beschouwd voor de loonheffingen.
In dat geval dient u alleen rekening te houden met deze extra heffing als u een auto ter beschikking stelt aan uw werknemer.

Let op! Er is een overgangsregeling voorgesteld waarbij voor niet-elektrische auto’s die voor 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld de extra heffing tot 17 september 2030 niet zal gelden.

Tip! Beoordeel in 2026 uw lopende leasecontracten, zodat u mogelijk tot en met 17 september 2030 in aanmerking kunt komen voor het overgangsrecht. Daarnaast kunt u als werkgever ook overwegen om de arbeidsvoorwaarden/mobiliteitsregeling aan te passen.

8. Laatste loonheffingsaangifte 2025

Ga na of alle betalingen gedaan aan het personeel op een juiste wijze zijn verloond. Denk hierbij ook aan de forfaitaire bijtellingen voor de bestelauto en de personenauto, en andere gunstige beloningsvormen.

9. Laatste btw-aangifte boekjaar
Denkt u bij het maken van de laatste aangifte van het boekjaar aan de volgende punten.
 
Privégebruik gerelateerde correcties:
• Correctie btw-privégebruik auto (zowel voor u als ondernemer als voor uw personeel);
• Correctie btw-privégebruik voor bijvoorbeeld gas, water, elektriciteit en warmte bij thuiswerken;
• Correctie btw voor gebruik door u als ondernemer van tot het bedrijf behorende goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik, bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die u zowel zakelijk als privé gebruikt;
• Correctie btw voor verrichten van diensten door u als ondernemer voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik);
• Correctie in het kader van de bedrijfskantineregeling;
• Overige correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan het personeel (gelegenheid geven tot sport of ontspanning, privévervoer en huisvesting) en voor relatiegeschenken en dergelijke.
 
Pro-rata gerelateerde correcties:
• Ondernemers die niet uitsluitend btw-belaste prestaties verrichten moeten het pro-rata-aftrekpercentage voor het afgelopen jaar berekenen. Dit kan leiden tot een correctie (naar boven of beneden) van de eerder in aftrek gebrachte btw op algemene kosten.
• Indien het pro-rata-aftrekpercentage daalt onder de 90% (of 70% voor onder meer reisbureaus), moet u de gevolgen voor eventuele ‘opties belaste huur’ in huurcontracten beoordelen.
• Op roerende en onroerende investeringsgoederen moet herziening van voorbelasting plaatsvinden.
 
In sommige gevallen is onder voorwaarden goedgekeurd dat de correcties per einde kalenderjaar kunnen plaatsvinden (indien het kalenderjaar niet gelijk is aan het boekjaar).
 
Termijn terugvragen buitenlandse btw:
Bent u economisch actief in meerdere EU-landen? Nederlandse aftrekgerechtigde ondernemers kunnen de in andere EU-landen betaalde btw terugvragen via een elektronisch verzoek bij de Belastingdienst. Let op, hiervoor zijn aparte inloggegevens vereist en het aanvragen daarvan kan enige weken duren. Het verzoek moet uiterlijk binnen zijn op 30 september van het jaar dat volgt op het jaar waarover u btw terugvraagt. Verzoeken die hierna binnenkomen worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen.
10. Debiteur betaalt niet? Vraag tijdig de btw terug

Btw afgedragen zonder dat de factuur ooit is betaald? Als een debiteur u niet betaalt, kunt u onder omstandigheden de btw terugvragen die u al hebt afgedragen aan de Belastingdienst.

Let op! Als u afspraken maakt met uw debiteur over de betaling van de factuur, kan het zijn dat uw vordering wordt omgezet in een lening. In dat geval kunt u geen verzoek tot teruggaaf indienen bij de Belastingdienst. Voordat u een betalingsregeling voorstelt, dient u dus goed na te gaan of uw debiteur uiteindelijk aan zijn verplichtingen zal voldoen of niet. U moet het verzoek tot teruggaaf tijdig indienen. Dat betekent binnen een maand nadat duidelijk is dat uw afnemer niet betaalt. Uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van de vordering wordt geacht dat de debiteur niet meer zal betalen en moet u de btw terugvragen.

11. Bewaarplicht
Het opruimen en vernietigen van oude administratieve gegevens kan u uiteraard een kostenbesparing opleveren, maar houd daarbij wel rekening met de wettelijke bewaartermijn van ten minste zeven jaar van uw administratieve gegevens. Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen, moet u de btw-boekhouding zelfs tien jaar bewaren. 
 
Voor de btw geldt in bepaalde gevallen een bijzondere bewaarplicht (van tien jaar). Permanente stukken (aktes, pensioen- en lijfrentepolissen enzovoort) mogen niet worden weggegooid.
 
Tip! Als u de gegevens van verkoopbonnen digitaal opslaat en deze ter beschikking kunt stellen aan de Belastingdienst, is het niet meer noodzakelijk om kassabonnen, kassarollen en dergelijke op papier te bewaren. Dit geldt ook voor facturen, mits bij het scannen geen informatie verloren gaat.
12. Informatieverstrekking uitbetaalde bedragen aan derden
Vanaf 1 januari 2022 zijn werkgevers verplicht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over uitbetaalde bedragen aan derden waarop geen loonheffingen zijn ingehouden. Als u dergelijke betalingen doet aan een natuurlijk persoon, moet u de Belastingdienst informeren over een aantal zaken, waaronder naam, adres, woonplaats, geboortedatum, Burgerservicenummer (BSN) en de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief kostenvergoedingen. De informatieplicht geldt niet voor onder andere betalingen aan werknemers, artiesten, beroepssporters, of vrijwilligers. Ook geldt de informatieplicht niet voor personen die een factuur hebben uitgereikt, mits die factuur voldoet aan de eisen van de Wet op de omzetbelasting 1968. U kunt de informatie aanleveren in de loop van het jaar zelf, maar deze informatie moet in elk geval uiterlijk in januari na afloop van het jaar zijn aangeleverd.
 
Tip! Begin tijdig met het in kaart brengen voor welke personen u aan deze informatieplicht moet voldoen en ga na of u over alle noodzakelijk gegevens zoals een BSN-nummer beschikt. 
13. Kies voor een zakelijke beloning voor uw meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in de zaak, is het reëel om daarvoor een beloning toe te kennen. Voor een civielrechtelijke dienstbetrekking met uw partner is vereist dat er sprake is van een gezagsverhouding uit hoofde van de dienstbetrekking. Bij zo’n dienstbetrekking kunt u gebruik maken van faciliteiten in de loonbelasting. Kiest u ervoor om uw partner een reële arbeidsbeloning toe te kennen? Dan kunt u deze vergoeding als arbeidskosten ten laste van de winst brengen. Vereist is dan wel dat die vergoeding € 5.000 of meer bedraagt en ook daadwerkelijk betaald wordt.
 
U kunt de meewerkaftrek toepassen als u als ondernemer winst geniet, aan het urencriterium voldoet en uw partner in het kalenderjaar minimaal 525 uren arbeid in uw onderneming verricht zonder daarvoor enige vergoeding te ontvangen die u ten laste van uw winst kunt brengen. De aftrek bedraagt een percentage van de winst oplopend van 1,25% tot maximaal 4%, afhankelijk van het aantal uren dat uw partner meewerkt. In tegenstelling tot de dienstbetrekking en de arbeidsbeloning van € 5.000 of meer, is uw partner geen belasting verschuldigd over de door u geclaimde meewerkaftrek.
 
De keuze voor een dienstbetrekking, een reële arbeidsbeloning of de meewerkaftrek wordt bepaald door de feitelijke situatie.
14. Update SBI-codes
In september 2025 heeft de Kamer van Koophandel de Standaard Bedrijfsindeling (SBI-codes) aanzienlijk bijgewerkt. Deze codes zijn belangrijk voor verzekeringen, pensioen, cao’s, subsidies en financieringen. Omdat veel bestaande codes zijn aangepast, samengevoegd of vervangen, is het cruciaal om de omschrijving van uw bedrijfsactiviteiten te controleren en zo nodig te corrigeren. Een onjuiste SBI-code kan leiden tot premies, gemiste subsidiemogelijkheden of een verkeerde cao-aansluiting. Controleer daarom uw gegevens zorgvuldig en dien bij fouten een correctieverzoek in bij de Kamer van Koophandel.


Disclaimer

Bij de samenstelling van de Eindejaarstips 2025 is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Deze versie is samengesteld met de kennis tot 25 november 2025. Daarbij zijn wij ervan uitgegaan dat de Eerste Kamer het Belastingplan 2026 en de aangenomen amendementen zal goedkeuren. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Hoofdkantoor

Hoofdstraat 2
2351 AJ Leiderdorp

bel ons

071-5422720