Eindejaarstips 2025: 17 Tips voor Particulieren

 

Eindejaarstips 2025: 17 Tips voor Particulieren

Heeft u al nagedacht over hoe u het beste kunt inspelen op de vele fiscale wijzigingen die in 2026 ingaan? Wij voorzien u van 17 tips voor Particulieren met betrekking tot de belangrijkste punten.

Bekijk ook de tips voor DGA’s en IB-ondernemers

1. Voorkom verliesverdamping

Een verlies uit werk en woning (box 1) geleden in 2025 is alleen verrekenbaar met winsten behaald in 2022, 2023 en 2024 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2026 tot en met 2034 (carry-forward).  Om verliesverdamping te voorkomen, kan wellicht het resultaat over 2025 worden verhoogd door bijvoorbeeld kosten en lasten uit te stellen of voorzieningen te laten vrijvallen. Of misschien kunnen stille reserves in uw bedrijfsmiddelen worden gerealiseerd.

2. Huidige eigenwoningforfait discussie

Heeft u in 2025 een eigen woning met een WOZ-waarde van meer dan € 1.330.000 (2024: € 1.310.000), dan wordt voor de waarde boven dit bedrag een verhoogd eigenwoningforfait van 2,35% in aanmerking genomen. Dit wordt de zogenoemde ‘villatax’ genoemd. Deze ‘villatax’ is mogelijk in strijd met het Europese recht.

N.B. Recentelijk heeft Hof Amsterdam het bezwaar van een belastingplichtige tegen de ‘villatax’ afgewezen. Op dit moment is nog niet duidelijk of er cassatie zal worden ingesteld. Indien u een beroep wilt doen op een eventuele gunstige Hoge Raad-uitspraak dan dient u tijdig bezwaar te maken ten uw definitieve aanslag waar rekening wordt gehouden met de ‘villatax’. Het bezwaarschrift moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag door de Belastingdienst ontvangen zijn.

3. Afloop hypotheekrenteaftrek eigen woning vanaf 2031?

In 2001 is de regeling met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek versoberd. Sindsdien geldt een maximale termijn van dertig jaar om de betaalde hypotheekrenteaftrek in aftrek te kunnen nemen in de aangifte inkomstenbelasting voor leningen aangegaan voor de aanschaf en uitbreiding van de eigen woning. Voor sommige huiseigenaren zal vanaf 2031 de mogelijkheid om de betaalde hypotheekrente in aftrek te nemen te komen te vervallen en zullen de netto-maandlasten toenemen. Deze termijn van 30 jaar geldt ook voor oorspronkelijke hypotheken van voor 2001 die na 2001 zijn overgesloten. Het is dus mogelijk dat vanaf 2031 slechts een deel van hypotheekrente nog recht op aftrek geeft.

Tip! Had u voor 2001 al een hypotheek op uw eigen woning? Beoordeel dan of u vanaf 2031 nog in aanmerking komt voor hypotheekrenteaftrek. In dat geval kunt u mogelijk tijdig maatregelen treffen om dit financiële nadeel te compenseren.

Let op! U als belastingplichtige moet zelf vanaf 2031 aannemelijk maken of u nog recht heeft op hypotheekrenteaftrek. Breng dus tijdig het verloop van uw eigen woning leningen in het verleden in kaart.

4. Vraag een tax credit aan voor box 2-verliezen

Een verlies in box 2 is verrekenbaar met positieve inkomsten in box 2 in het voorafgaande jaar of in de zes jaren na het verliesjaar. Bij beëindiging van het box 2-bezit met een verlies, is doorgaans geen verliesverrekening mogelijk met eventuele dividenduitkeringen. Op z’n vroegst over het tweede jaar waarin geen box 2-bezit meer bestaat, kunt u op verzoek het box 2-verlies omzetten in een zogenoemde ‘tax credit’. Deze tax credit kan worden verrekend met de inkomstenbelasting die u verschuldigd bent in box 1.

Tip! De tax credit wordt alleen optimaal benut als er voldoende inkomstenbelasting in box 1 verschuldigd is. Het is zonde als heffingskortingen daardoor verdwijnen. Het is eventueel ook mogelijk de tax credit deels aan te vragen en deels door te schuiven naar de toekomst. Deze belastingkorting kan tot negen jaar na het ontstaan van het verlies worden verrekend met het bedrag aan verschuldigde belastingen in box 1.

5. Verminder uw vermogen in box 3

De peildatum voor de belastingheffing over uw box 3-vermogen is 1 januari. Heeft u meer vermogen dan de vrijstelling dan krijgt u te maken met de box 3-heffing. Afhankelijk van de omvang en samenstelling van uw vermogen is het mogelijk om box 3-heffing te beperken of te voorkomen. U kunt hierbij denken aan het verlagen van uw vermogen door middel van schenkingen of afstorten van een lijfrente voor het einde van dit jaar.

Tip! Zijn er schulden die u kunt aflossen of verminderen met bezittingen in box 3, zoals aandelen? Dit kan een forfaitair voordeel opleveren omdat overige bezittingen (aandelen) hoger belast worden dan waarvoor u de schulden (forfaitair) kunt aftrekken.

Tip! U kunt uw box 3 vermogen verlagen door het vermogen onder te brengen in een BV. Door bijvoorbeeld beleggingen vóór het einde van het jaar in een BV onder te brengen wordt het vermogen in box 3 lager en neemt de belastingheffing over uw totale box 3-vermogen af. Wel gelden hier specifieke voorwaarden voor en wij verwijzen u hiervoor naar onze onderstaande tip inzake “boxhoppen: peildatumarbitrage”. Of dit de beste keuze voor u is, is afhankelijk van het verwachte rendement en het soort vermogen. Meer weten over de mogelijkheden? Neem dan contact op met uw HBK-adviseur.

6. Boxhoppen: peildatumarbitrage

Onder het huidige box 3-systeem zijn er drie verschillende categorieën met ieder een eigen fictief rendementspercentage. In 2025: bank- en spaartegoeden (voorlopig: 1,44%), overige bezittingen (5,88%) en schulden (voorlopig: 2,62%). Pas begin 2026 zullen de daadwerkelijke fictieve rendementspercentages voor de categorie bank- en spaartegoeden en schulden definitief worden vastgesteld.

Eind november heeft de Tweede Kamer ingestemd dat de extra verhoging van het fictieve rendement voor de categorie overige bezittingen naar 7,78% zal worden teruggedraaid. Hierdoor zal het fictieve rendementspercentage voor 2026 6% worden. De overige fictieve rendementspercentages over 2026 worden pas begin 2027 (!) vastgesteld. Tijdens dezelfde stemming is ook besloten om het heffingsvrije vermogen voor 2026 op € 59.357 en bij fiscaal partnerschap op € 118.714 vast te stellen (2025: € 57.684 en € 115.368). Op dit moment moet de Eerste Kamer nog wel akkoord gaan met de wijzigingen.

De samenstelling van het vermogen op 1 januari speelt dus een belangrijke rol bij de belastingheffing. Omdat iedere categorie haar eigen fictieve rendementspercentage heeft, kan het fiscaal voordelig zijn om ervoor te zorgen dat de samenstelling van het vermogen voor de peildatum wordt gewijzigd. De wetgever wil voorkomen dat hier misbruik van wordt gemaakt en heeft in de wet de zogenaamde peildatumarbitrage opgenomen. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat vermogensbestanddelen in box 3 tijdelijk worden omgezet om het bedrag aan verschuldigde belastingen te verminderen.

Voorkom tijdelijke vermogensverschuivingen tussen box 3 (sparen en beleggen) en box 1 (werk en woning) of box 2 (aanmerkelijk belang). Een vermogensbestanddeel dat gedurende een periode van niet meer dan drie achtereenvolgende maanden deel uitmaakt van box 1 of 2 (en zowel daarvoor als daarna van box 3), wordt ook in box 3 in aanmerking genomen als in die periode een peildatum ligt voor de box 3-heffing. Tenzij u aannemelijk kan maken dat u gehandeld heeft uit zakelijke overwegingen. Voor box 3-vermogen dat wordt ondergebracht in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) of een buitenlands beleggingslichaam waarin men een aanmerkelijk belang heeft, wordt zelfs een periode van achttien maanden aangehouden.

7. Wet tegenbewijsregeling

Sinds het zogenoemde Kerstarrest van december 2021 is veel discussie ontstaan over de belastingheffing van vermogen in box 3. De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat de forfaitaire berekening van het rendement over 2017 t/m 2023 nog steeds discriminerend is en dat belastingheffing moet plaatsvinden op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Daarom is op 8 juli 2025 de Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking getreden, als vervanging van de Wet rechtsherstel box 3. Tot de invoering van het nieuwe box 3-stelsel (waarschijnlijk per 1 januari 2028) mogen belastingplichtigen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendemennt. In dat geval wordt het lagere rendement belast. Is het werkelijke rendement hoger, dan blijft het fictieve rendement gelden. U mag per belastingjaar kiezen welke methode voor u het voordeligst is. De keuze voor het fictieve of werkelijk rendement in een jaar geldt voor het gehele box 3 vermogen en niet per categorie.

Let op! De tegenbewijsregeling geldt voor iedereen die een belastingaanslag heeft ontvangen na het Kerstarrest van 24 december 2021, of voor een aanslag waartegen nog bezwaar of beroep openstaat. Ook kunt u binnen vijf jaar na de aanslagdatum een verzoek tot ambtshalve vermindering indienen. Het indienen van het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ geldt daarbij als zo’n verzoek. Vanaf juni afgelopen zomer stuurt de Belastingdienst brieven waarin zij de belastingplichtige uitnodigt om het werkelijke rendement over het box 3 vermogen door te geven. Deze brieven ontvangt u persoonlijk. Heeft u een dergelijke brief ontvangen laat het ons dan weten, zodat wij dit voor u kunnen oppakken.

Het kan tot en met 2028 duren voordat u deze brief ontvangt.

Indien u uw aangifte inkomstenbelasting zelf heeft ingediend of via de website van de Belastingdienst dan dient het formulier opgaaf werkelijk rendement binnen 12 weken na ontvangst van de brief door de Belastingdienst te zijn ontvangen. Is uw aangifte inkomstenbelasting door een belastingintermediair met een beconnummer ingediend dan moet het formulier binnen 26 weken na dagtekening van de brief door de Belastingdienst ontvangen te zijn.

Let op! Ontvangt u een definitieve aanslag inkomstenbelasting en heeft u box 3-vermogen? Dan adviseren wij u om binnen de bezwaartermijn van zes weken na dagtekening te beoordelen of het werkelijk behaalde rendement lager is dan het fictief berekende rendement en anders ter behoud van rechten binnen deze termijn tijdig bezwaar te maken. Het bezwaarschrift moet binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag door de Belastingdienst ontvangen zijn.

Tip! Verzamel alvast uw werkelijk behaalde inkomsten, kosten en waardeveranderingen over uw box 3-vermogen. Dit maakt het eenvoudiger om het werkelijke rendement te berekenen en kan in sommige gevallen leiden tot een aanzienlijke belastingbesparing.

8. Verzoek om ambtshalve vermindering 2020

Heeft u een definitieve aanslag 2020 met een aanslagdatum van op of na 12 november 2021 ontvangen en heeft u nog geen rechtsherstel gekregen voor uw box 3-vermogen over 2020 of latere jaren? Dan kunt u mogelijk nog een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Hiermee kunt u alsnog een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3, waarbij wordt gekeken naar het werkelijk behaalde rendement.

Let op! Zo’n verzoek moet binnen vijf jaar na afloop van het betreffende belastingjaar door de Belastingdienst zijn ontvangen. Het verzoek om een ambtshalve vermindering over belastingjaar 2020 moet vóór 31 december 2025 door de Belastingdienst zijn ontvangen. Wij zijn u graag van dienst met het opstellen van dit verzoek.

9. Extra vrijstelling in box 3

In box 3 kunt u een extra vrijstelling creëren, namelijk door een (deel) van uw vermogen te beleggen in groenfondsen. In 2025 bedraagt de vrijstelling € 26.715. Deze wordt verdubbeld wanneer u een fiscaal partner heeft (€ 53.430). Daarnaast ontvangt u voor groene beleggingen een extra heffingskorting die bij fiscaal partners kan oplopen tot maximaal 0,1% van het vrijgestelde bedrag.

Let op! Deze extra vrijstelling zou aanvankelijk per 2027 worden afgeschaft. In het Belastingplan 2026 is echter voorgesteld om deze vrijstelling pas in 2028 af te schaffen. Wel zal voor 2027 nog slechts een vrijstelling gelden van € 200.

10. Pas middeling toe voor de jaren tot en met 2024

Heeft u sterk wisselende inkomsten uit werk en woning gehad? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor een belastingteruggave. Door uw inkomen te middelen en gelijk te verdelen berekent u het gemiddelde inkomen over drie aaneengesloten jaren (bijvoorbeeld 2022–2024). Alleen als het verschil groter is dan €545, kunt u in aanmerking komen voor een teruggaaf. Aandachtspunt hierbij is wel dat u elk jaar slechts één keer in een middelingsverzoek mag meenemen.

Let op! De middelingsregeling is per 2023 afgeschaft, dus 2022–2024 is het laatste tijdvak waarvoor middeling mogelijk is. Verzoeken kunnen nog tot drie jaar na de definitieve aanslag worden ingediend.

11. Bedrijfsopvolging
Bij (gedeeltelijke) bedrijfsopvolging en estate planning kan het fiscaal interessant zijn om (een deel van) uw IB-onderneming of een pakket aandelen in uw BV aan uw toekomstige erfgenamen of aan de beoogde bedrijfsopvolger te schenken. De Successiewet kent hiervoor namelijk onder bepaalde voorwaarden een aantal faciliteiten. Deze bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (BOR) kunnen ook van toepassing zijn bij overlijden.

De vennootschapsstructuur moet wel aan specifieke eisen voldoen. Indirecte belangen van minder dan 5% vallen niet onder de BOR. Vanaf 2026 wordt bovendien de definitie van preferente aandelen aangepast, waardoor veel gebruikelijke situaties niet langer kwalificeren. Ook de inkomstenbelastingclaim kan onder bepaalde voorwaarden worden doorgeschoven (DSR). Aandelen die behoren tot het box 3-vermogen kwalificeren voor de BOR, wanneer de schenker of erflater tezamen met zijn partner, en bloed- en aanverwanten in neergaande lijn een belang bezitten van ten minste 25%.

Bij schenking van (een deel van) uw IB onderneming of van aandelen in uw BV geldt sinds 1 januari 2025 geen eis meer gesteld dat de begunstigde al een bepaalde tijd in dienst is geweest. Wel moet het overgedragen bedrijf of de onderneming minimaal drie jaar worden voortgezet en, in het geval van aandelen, moet u minimaal drie jaar eigenaar blijven (voortzettingseis). Wordt hier niet aan voldaan, dan is er alsnog erf- of schenkbelasting verschuldigd.

Het is niet ondenkbaar dat de BOR in de nabije toekomst verder wordt versoberd. Mocht de bedrijfsopvolgingsregeling voor u en uw erfgenamen of beoogde bedrijfsopvolgers interessant zijn, wacht dan niet te lang.

12. Toedelen van bepaalde inkomsten aan uw niet-werkende partner
Sinds 2023 krijgt een belastingplichtige met weinig inkomen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer (gedeeltelijk) uitbetaald. Partners die geen inkomen hebben, kunnen vaak niet alle heffingskortingen zelf benutten. Dit kunt u in sommige gevallen voorkomen, bijvoorbeeld wanneer u een B.V. heeft en deze dividend uit te laten keren. Bij het uitkeren van dividend is het mogelijk om dit toe te rekenen aan uw partner zonder inkomen. Handig, want met dit extra inkomen kan optimaal gebruik worden gemaakt van de heffingskortingen.

Ook kan deze partner zijn/haar heffingskortingen gebruiken door in de aangifte het vermogen geheel of gedeeltelijk aan deze partner zonder of met weinig eigen inkomsten toe rekenen.

13. Heeft u de schenkingsvrijstelling voor 2025 al benut?

Profiteer nog dit jaar van de jaarlijkse schenkvrijstelling in de schenkbelasting en verlaag hiermee uw box 3-vermogen. Heeft u nog geen schenking gedaan dan kunt u in 2025 nog € 6.713 belastingvrij aan uw kinderen schenken en aan uw kleinkinderen of derden € 2.690.

Daarnaast is het mogelijk om gebruik te maken van een eenmalig verhoogde schenkvrijstelling waarmee u de jaarlijkse schenkvrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 éénmalig kunt verhogen. Voor 2025 gelden de volgende bedragen:

  • Vrij besteedbare schenkvrijstelling: € 32.195
  • Dure studie: € 67.064

Om gebruik te maken van deze eenmalige verhoogde schenkvrijstelling moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan, zoals: bestedingsdoel, leeftijd, nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebben gedaan én er moet een aangifte schenkbelasting worden gedaan.

Indien het kind niet aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet maar zijn of haar fiscale partner wel, dan kunt u als (schoon)ouders wellicht toch nog gebruikmaken van de verhoogde vrijstelling.

Tip! Heeft u nog geen schenking gedaan, doe dit nog in dit kalenderjaar. De eventuele aangifte schenkbelasting voor schenkingen in het kalenderjaar 2025 moet worden ingediend vóór 1 maart 2026.

14. Aankoop of verkoop onroerend goed, óók eigen woning

Als u uw eigen woning binnenkort gaat verkopen, is het voor u fiscaal voordelig om de eigendomsoverdracht uit te stellen tot ná de jaarwisseling als u nog geen andere eigen woning heeft gekocht waarvoor u de verkoopopbrengst van uw huidige woning wilt aanwenden. Als u uw woning dit jaar nog verkoopt en notarieel levert, dan staat de verkoopopbrengst op uw bankrekening en behoort dit tot het vermogen in box 3 van volgend jaar. Door pas ná de jaarwisseling uw woning te leveren, blijft deze per 1 januari 2026 buiten aanmerking voor de vermogensrendementsheffing. Als u een eigen woning wilt gaan kopen en dat huis voor een flink bedrag met eigen vermogen wilt betalen, geldt het omgekeerde. In dat geval gaat uw vermogen in box 3 over naar box 1, waardoor het juist gunstig is om nog vóór de jaarwisseling de woning te laten leveren.

Tip! Wacht met levering tot na 1 januari als u geen andere eigen woning heeft en voorkom hiermee een hogere grondslag in box 3.

Tip! Bent u tussen de 18 en 35 jaar dan kan – onder voorwaarden – gebruik worden gemaakt van de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting voor de aankoop van de eerste eigen woning. U bent over de aankoop dan geen overdrachtsbelasting verschuldigd. De vrijstelling geldt voor een woning met een maximale waarde van € 525.000 in 2025 of € 555.000 in 2026. Kijk of nu handelen of uitstellen verstandig is. Is de waarde van uw woning namelijk tussen € 525.000 en € 555.000 dan kunt 2% overdrachtsbelasting besparen als u de aankoop kunt uitstellen naar 2026.

15. Voorkom hoge rente

In 2025 bedraagt de belastingrente 9% voor de vennootschapsbelasting en 6,5% voor de inkomstenbelasting. Er loopt momenteel een massaal bezwaarprocedure tegen de hoogte van deze rente, waar belastingplichtigen bij aan kunnen sluiten. Betaal openstaande belastingschulden tijdig en overweeg het aanvragen (en betalen) van voorlopige aanslagen om de hoogte van het verschuldigde bedrag aan belastingrente te beperken.

Tip! Wilt u zich aansluiten bij de massaal bezwaarprocedure? Dien dan binnen zes weken na ontvangst van uw definitieve aanslag uw bezwaar in.

16. Let op bij ongelijke breukdelengemeenschap

Een ongelijke breukdelengemeenschap is een afspraak tussen echtgenoten waarbij het gemeenschappelijk vermogen niet gelijk wordt verdeeld (dus niet 50/50). Op deze manier kan fiscaal gunstig vermogen worden overgedragen tussen partners. Het Belastingplan 2026 bevat een voorstel dat bij ongelijke vermogensverdelingen tussen partners – een andere verhouding dan 50/50 – het meerdere boven 50% belast wordt met erf- of schenkbelasting. Dit geldt ook in het geval van een finaal of periodiek verrekenbeding waarbij vermogen of inkomen wordt verrekend op grond van een ongelijke gerechtigdheid tot dat vermogen of inkomen.

Let op! Deze maatregel is niet van toepassing in geval van huwelijkse voorwaarden waarin reeds een ongelijke breukdelengemeenschap of verrekenbeding met ongelijke breukdelen is overeengekomen vóór 16 september 2025. Wijzigt u echter uw huwelijkse voorwaarden na deze datum dan vervalt dit overgangsrecht en zal vanaf 1 januari 2026 de nieuwe regelgeving gelden. Stem daarom eerst met uw adviseur af wat de eventuele gevolgen zijn van het wijzigen van uw huwelijkse voorwaarden.

17. Meervoudig stemrecht in statuten vereniging of stichting?

Vanaf 1 juli 2026 mag op basis van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) geen enkele bestuurder of commissaris van een vereniging of stichting een meerderheid van de stemmen uitbrengen. Wanneer de statuten van de vereniging of stichting toch een dergelijke bepaling hebben dan moeten zij vóór deze datum zijn aangepast. Zonder aanpassing vervalt het meervoudig stemrecht van rechtswege. Echter wanneer er nog wel volgens het oude meervoudige stemrecht gehandeld wordt, dan zijn de genomen besluiten ongeldig met alle mogelijke juridische gevolgen en persoonlijke aansprakelijkheid voor de bestuurders.

Tip! Controleer daarom tijdig zowel uw statuten als de bestuursafspraken en pas deze waar nodig aan.


Disclaimer

Bij de samenstelling van de Eindejaarstips 2025 is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Deze versie is samengesteld met de kennis tot 25 november 2025. Daarbij zijn wij ervan uitgegaan dat de Eerste Kamer het Belastingplan 2026 en de aangenomen amendementen zal goedkeuren. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

HOOFDKANTOOR

Hoofdstraat 2 – 2351 AJ – Leiderdorp 

BEL ONS

+31 (0) 71 54 22 720

EMAIL ONS