Eindejaarstips 2025: 19 Tips voor de DGA
Eindejaarstips 2025: 19 Tips voor de DGA
December is dé maand om na te gaan welke acties u op fiscaal gebied nog voor het einde van het jaar moet nemen of juist uitstellen tot het nieuwe jaar. In het onderstaande informeren wij u over de belangrijkste actuele fiscale tips voor DGA’s. Veel informatie, maar het kan zeker de moeite waard zijn om u hierin te verdiepen! Heeft u advies nodig? Wij helpen u graag!
Bekijk ook de tips voor particulieren en IB-ondernemers
1. Plan uw investeringen: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Heeft u in 2025 al genoeg geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (zie onderstaande tabel)? Zo niet, dan valt er wellicht nog wat fiscaal voordeel te halen! Om in aanmerking te komen voor deze investeringsregeling, moet een investering minstens € 450 exclusief btw bedragen. U kunt hier dan jaarlijks ook op afschrijven.

Let op! Heeft u een investering in een bedrijfsmiddel in 2020 gedaan en daarvoor toen de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geclaimd? Bij een eventuele verkoop binnen de vijfjaartermijn moet u rekening houden met een desinvesteringsbijtelling. Stel in dat geval de eventuele verkoop uit naar 2026.
2. Investeer nog in 2025 in energiezuinige bedrijfsmiddelen
Bent u van plan om binnenkort te investeren in een bedrijfsmiddel dat staat op de Energielijst van de RVO? Beoordeel dan of dit bedrijfsmiddel ook op de Energielijst 2026 is opgenomen. Zo niet dan is het mogelijk fiscaal voordeliger om nog in 2025 te investeren. Dit betekent dat u bijvoorbeeld dit jaar nog een opdrachtbevestiging of order moet ondertekenen. Wel moet u er rekening mee houden dat de energie-investering op tijd wordt gemeld bij de RVO om de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek te kunnen claimen.
3. Verbreken fiscale eenheid per 31 december 2025
Als u per 1 januari 2026 uw BV’s geen onderdeel meer laten uitmaken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, moet het verzoek tot ontvoeging uiterlijk 31 december 2025 zijn ingediend. Dit kan in bepaalde gevallen voordelig zijn wanneer er sprake is van meerdere winstgevende vennootschappen in een fiscale eenheid. Op die manier kan ieder van de vennootschappen afzonderlijk gebruik maken van de lagere ‘mkb-schijf’ in de vennootschapsbelasting. Het tariefverschil tussen de eerste schijf tot € 200.000 (19%) en het tarief boven dit bedrag (25,8%) bedraagt namelijk 6,8%. Ook kan het verbreken van een fiscale eenheid leiden tot de toepassing of verhoging van de investeringsaftrek.
Er zijn uiteraard ook nadelen verbonden aan het niet langer deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Breng deze voor- en nadelen met uw adviseur goed in kaart voordat u overgaat tot een ontvoeging. Tot slot leidt de verbreking van een fiscale eenheid die in 2025 is aangegaan vóór 31 december 2025 ertoe dat deze voor 2025 nooit heeft bestaan.
Let op! Overleg met uw adviseur over eventuele fiscale sancties die in werking kunnen treden door het verbreken van de fiscale eenheid.
4. Profiteer van het lage VPB-tarief
5. Bespaar belastingrente
De belastingrente voor de vennootschapsbelasting is hoog (9% in 2025). Voorkom dat de Belastingdienst onnodig hoge rente in rekening brengt door tijdig een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Heeft uw BV in 2025 beter gedraaid dan u dacht? Blijkt uit de (voorlopige) cijfers dat de BV over 2025 vennootschapsbelasting moet bijbetalen? Vraag dan om een aanpassing van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2025.
Let op! Eind vorig jaar heeft een rechter geoordeeld dat de berekende belastingrente in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het bedrag van de verschuldigde belastingrente in die zaak van (toen) 8% verminderd moest worden naar 4%. Wij raden u aan om bezwaar te maken tegen de beschikking belastingrente die op de aanslag staat. In geval van een definitieve aanslag moet het bezwaar binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag bij de Belastingdienst binnen zijn. Bij een voorlopige aanslag moet in principe eerst een verzoek om herziening van die belastingrente worden gedaan. Dit verzoek kan tot zes weken na de dag van de dagtekening van de definitieve aanslag over dat jaar worden gedaan. Recentelijk heeft de Belastingdienst aangegeven dat het onder voorwaarden mogelijk is om een combinatiebrief te sturen waarin naast een verzoek om vermindering tegelijkertijd bezwaar tegen de afwijzing van dat verzoek wordt gemaakt. Uiteraard kunnen wij u van dienst zijn bij het opstellen van een verzoek om herziening dan wel een bezwaar.
6. In 2025 dividend uitkeren, of juist niet?
Dividenduitkeringen aan een directeur-grootaandeelhouder worden belast in box 2. Voor inkomsten tot het bedrag van de eerste schijf van € 68.843 (voor fiscale partners € 137.686 gezamenlijk) blijft het tarief 24,5% en over het meerdere zal nog steeds het tarief van 31% gelden.
7. Lenen van uw BV (inclusief rekening-courant) en excessief lenen
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) kunt u uw beleggingen financieren met een lening van uw BV. De lening hoort dan net als de beleggingen in box 3. Het lenen moet gebeuren onder zakelijke voorwaarden en een onderdeel hiervan is schriftelijke vastlegging. Bespreek met uw adviseur welke voorwaarden u nog meer overeen moet komen. Als u de lening bent aangegaan voor de eigen woning, dan is de rente aftrekbaar als de lening fiscaal kwalificeert als een eigenwoningschuld in box 1.
Heeft u als DGA een structureel hoge rekening-courantschuld bij uw BV? Dan loopt u het risico dat de Belastingdienst (een deel van) de schuld aanmerkt als dividenduitkering en een correctie aanbrengt, eventueel zelfs verhoogd met een boete. Dit risico kunt u verminderen door zorg te dragen voor een degelijke documentatie.
Let op! De laatste jaren heeft de Belastingdienst veel aandacht voor leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening kan sprake zijn als er geen aflossingsschema is overeengekomen of als aan de schuldeiser onvoldoende zekerheden zijn verstrekt. Is sprake van een onzakelijke lening, dan is een verlies op die lening niet aftrekbaar van de winst.
Let op! Leent u geld van uw BV? Mogelijk wordt u dan geconfronteerd met de excessief lenenwetgeving. De wetgever is namelijk van mening dat DGA’s te veel lenen bij de eigen BV en wil dit beperken. Wel geldt er een bepaald drempelbedrag en alleen schulden boven dit bedrag worden aangemerkt als excessief. Dit excessieve deel wordt vervolgens belast in box 2 tegen de daar geldende tarieven. Sinds 2024 geldt een drempelbedrag en kunt u op grond van deze wet samen met een eventuele fiscale partner nog maar maximaal € 500.000 onbelast lenen van uw eigen vennootschap. Hierbij geldt dat bij leningen onder de grens van € 500.000 niet altijd sprake is van een zakelijke lening. Kort geleden heeft rechtbank Gelderland geconcludeerd dat ook bij een totaalbedrag aan opgenomen gelden van minder dan € 500.000 er sprake kan zijn van een uitdeling in plaats van een lening. Hiervan kan sprake zijn als op het moment van verstrekking van de gelden vaststaat dat de aandeelhouder de lening niet kan of zal aflossen en er sprake is van een bewuste bevoordeling van de DGA. Ook bij een totaalbedrag aan leningen onder het drempelbedrag is het daarom essentieel dat de lening zakelijk is vormgegeven, vergelijkbaar met een banklening, en dat aflossing daadwerkelijk plaatsvindt. Leningen bestemd voor de eigen woning zijn van deze regeling uitgezonderd en worden niet meegerekend in de berekening van het drempelbedrag. De peildatum voor 2025 is 31 december 2025.
Tip! Breng vóór 31 december 2025 in kaart of uw totale schulden bij de BV boven het drempelbedrag van € 500.000 uitkomen. Het excessieve deel van de lening wordt in box 2 belast tegen 24,5% of 31% (afhankelijk van de hoogte van het bedrag). Afhankelijk van uw situatie kan het voordelig zijn om (een deel van) de schuld af te lossen, maar in andere gevallen kan belastingheffing in box 2 juist voordelig zijn. Overleg met uw adviseur wat in uw geval het meest passend is.
8. Voorziening
Wilt u winstneming uitstellen? Kijk dan of u nog een voorziening kunt vormen. Daarvoor is al voldoende dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum, en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn mogelijk voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel.
9. Bijtelling elektrische auto van de zaak
Tip! Loopt uw huidige leaseregeling voor uw elektrische auto van de zaak of de leaseregeling voor uw werknemer in 2026 af? Bereken of afkoop van het huidige leasecontract en het aangaan van een nieuw contract voordeliger voor u is.
10. Extra belastingheffing op niet-elektrische personenauto’s van de zaak
Deze heffing zal niet gelden voor bestelauto’s (met uitzondering van personenbusjes voor zorgvervoer). Voor auto’s ouder dan 15 jaar wordt voor de waardebepaling van de eind-heffing uitgegaan van de waarde in het economische verkeer. De eindheffing mag niet worden verhaald op de werknemer.
Let op! Er is een overgangsregeling voorgesteld waarbij voor niet-elektrische auto’s die voor 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld de extra heffing tot 17 september 2030 niet zal gelden.
Tip! Beoordeel in 2026 uw lopende leasecontracten, zodat u mogelijk tot en met 17 september 2030 in aanmerking kunt komen voor het overgangsrecht. Daarnaast kunt u als werkgever ook overwegen om de arbeidsvoorwaarden/mobiliteitsregeling aan te passen.
11. Laatste loonheffingsaangifte 2025
Ga na of alle betalingen gedaan aan het personeel op een juiste wijze zijn verloond. Denk hierbij ook aan de forfaitaire bijtellingen voor de bestelauto en de personenauto, en andere gunstige beloningsvormen, zoals de werkkostenregeling (zie onze volgende tip).
12. Benut de mogelijkheden binnen de werkkostenregeling
Benut voor 2025 uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling. Het percentage voor de berekening van de vrije ruimte blijft 2% over de eerste € 400.000 en 1,18% over de hogere fiscale loonsom.
Tip! Beoordeel of u mogelijk nog resterende vrije ruimte heeft in 2025 en bekijk of zaken die u in 2026 wil vergoeden of verstrekken mogelijk al in 2025 kunnen worden vergoed dan wel verstrekt.
13. Belastingvrije reiskosten- en thuiswerkvergoeding
Stelt u geen vervoersmiddel ter beschikking aan uw werknemer, maar reist u werknemer wel voor zijn of haar werk? U kunt uw werknemer dan een belastingvrije vergoeding van maximaal € 0,23 per km geven. Het maakt daarbij niet uit op welke wijze de werknemer reist. Dit geldt voor zowel woon-werkverkeer als voor zakelijke kilometers. Bij reizen per openbaar vervoer mag u ook de werkelijke kosten vergoeden. Het bedrag van de belastingvrije vergoeding blijft in 2026 € 0,23 per km.
Ook kunt u uw werknemers een belastingvrije vergoeding van maximaal € 2,40 per thuisgewerkte dag geven om extra kosten van thuiswerken te dekken.
Let op! Je mag op dezelfde dag niet zowel een belastingvrije reiskostenvergoeding als een thuiswerkvergoeding geven.
14. 30%-regeling in 2026 en versobering onbelaste vergoeding daadwerkelijke extraterritoriale kosten aan ingekomen werknemers
Werknemers die van buiten Nederland worden aangeworven om in Nederland te komen werken, maken vaak dubbele kosten (zogenaamde extraterritoriale kosten). Onder voorwaarden mag een werkgever deze kosten onbelast vergoeden. Dat mag op declaratiebasis waarbij de werkelijke kosten worden vergoed. Eenvoudiger (en vaak voordeliger) is het om standaard 30% van de totale beloning onbelast te vergoeden (zonder nader bewijs).
Het kabinet heeft voorgesteld om de regeling voor het onbelast vergoeden van deze kosten aan inkomende werknemers per 1 januari 2026 te versoberen. Dit houdt in dat de extra kosten van levensonderhoud, waaronder kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen verband houdend met het tijdelijk verblijf in Nederland en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst, niet langer onbelast kunnen worden vergoed of worden verstrekt door de werkgever. Vergoedt u als werkgever toch deze kosten dan wordt deze vergoeding in beginsel als belast loon aangemerkt.
Tip! Beoordeel welke extraterritoriale kosten u op dit moment vergoedt en of u deze kosten ook nog in 2026 onbelast kunt blijven vergoeden.
Vanaf 2024 mag de 30%-regeling alleen nog maar worden toegepast tot de zogenoemde Balkenendenorm (2025: € 246.000, 2026: € 262.000). Over het meerdere is de toepassing van de 30%-regeling niet meer mogelijk. Wel kan er nog altijd voor worden gekozen om de werkelijke kosten te vergoeden in plaats van gebruik te maken van de 30%-regeling. Voor zowel de 30%-regeling als de vergoeding van de werkelijke kosten geldt een totale maximale termijn van vijf jaar (periodes van eerder verblijf in Nederland komen hierop mogelijk in mindering). Ook mogen, naast de 30%-regeling, nog altijd de werkelijke kosten van een internationale school worden vergoed.
Let op! Vraag de 30%-regeling binnen vier maanden na indiensttreding aan, zodat de regeling met terugwerkende kracht tot de start van de dienstbetrekking kan worden toegepast. Wordt het verzoek later aangevraagd, dan kan de 30%-regeling mogelijk niet met terugwerkende kracht worden toegepast en mag de regeling pas worden toegepast vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin de aanvraag is gedaan.
Tip! Bij wisseling van werkgever bestaat recht op continuering van de 30%-regeling. Tussen beide dienstbetrekkingen moet dan minder dan drie maanden zitten. Daarnaast kan continuering binnen vier maanden na de start van de nieuwe dienstbetrekking worden aangevraagd.
Korting van de 30% regeling vanaf 2027
Voorgesteld is om vanaf 2027 het percentage van de 30%-regeling te verlagen naar 27%. Daarnaast zal ook de salarisnorm worden verhoogd van € 46.107 naar € 50.436. Voor ingekomen werknemers met een Masterdiploma en jonger dan 30 jaar geldt € 38.338 (2027. Een ingekomen werknemer die vóór 2025 al gebruikmaakte van deze regeling zal het percentage van 30% behouden gedurende het restant van de looptijd. Daarnaast zal ook de oude (geïndexeerde) salarisnormen blijven gelden.
Vanaf 2025 is de partiële buitenlandse belastingplicht afgeschaft. Werknemers met een 30%-regeling konden in hun aangifte inkomstenbelasting ervoor kiezen om te worden aangemerkt als een partiële buitenlands belastingplichtige. Ondanks dat zij in Nederland woonden, werden zij dan voor box 2 en box 3 gezien als buitenlands belastingplichtige. Hierdoor hoefden zij in box 3 alleen hun Nederlandse onroerend goed aan te gegeven en waren zij over hun (wereldwijde) bank- en spaarrekeningen en aandelen geen Nederlandse belasting verschuldigd. Informeer nieuw ingekomen werknemers over deze wijziging. Indien voor een belastingplichtige al in 2023 gebruik werd gemaakt van de 30%-regeling dan geldt voor hen een overgangsregeling. Voor deze groep belastingplichtigen blijft de partiële buitenlandse belastingplicht nog gelden tot en met 31 december 2026.
15. Laatste btw-aangifte boekjaar
Denkt u bij het maken van de laatste aangifte van het boekjaar aan de volgende punten.
Privégebruik gerelateerde correcties:
• Correctie btw-privégebruik auto (zowel voor u als ondernemer als voor uw personeel);
• Correctie btw-privégebruik voor bijvoorbeeld gas, water, elektriciteit en warmte bij thuiswerken;
• Correctie btw voor gebruik door u als ondernemer van tot het bedrijf behorende goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik, bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die u zowel zakelijk als privé gebruikt);
• Correctie btw voor verrichten van diensten door u als ondernemer voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik);
• Correctie in het kader van de bedrijfskantineregeling;
• Overige correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan het personeel (gelegenheid geven tot sport of ontspanning, privévervoer en huisvesting) en voor relatiegeschenken en dergelijke.
Pro-rata gerelateerde correcties:
• Ondernemers die niet uitsluitend btw-belaste prestaties verrichten moeten het pro-rata-aftrekpercentage voor het afgelopen jaar berekenen. Dit kan leiden tot een correctie (naar boven of beneden) van de eerder in aftrek gebrachte btw op algemene kosten.
• Indien het pro-rata-aftrekpercentage daalt onder de 90% (of 70% voor onder meer reisbureaus), moet u de gevolgen voor eventuele ‘opties belaste huur’ in huurcontracten beoordelen.
• Op roerende en onroerende investeringsgoederen moet herziening van voorbelasting plaatsvinden.
In sommige gevallen is onder voorwaarden goedgekeurd dat de correcties per einde kalenderjaar kunnen plaatsvinden (indien het kalenderjaar niet gelijk is aan het boekjaar).
Termijn terugvragen buitenlandse btw:
Bent u economisch actief in meerdere EU-landen? Nederlandse aftrekgerechtigde ondernemers kunnen de in andere EU-landen betaalde btw terugvragen via een elektronisch verzoek bij de Belastingdienst. Let op, hiervoor zijn aparte inloggegevens vereist en het aanvragen daarvan kan enige weken duren. Het verzoek moet uiterlijk binnen zijn op 30 september van het jaar dat volgt op het jaar waarover u btw terugvraagt. Verzoeken die hierna binnenkomen worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen.
16. Debiteur betaalt niet? Vraag tijdig de btw terug
Btw afgedragen zonder dat de factuur ooit is betaald? Als een debiteur u niet betaalt, kunt u onder omstandigheden de btw terugvragen die u al heeft afgedragen aan de Belastingdienst.
Let op! Als u afspraken maakt met uw debiteur over de betaling van de factuur, kan het zijn dat uw vordering wordt omgezet in een lening. In dat geval kunt u geen verzoek tot teruggaaf indienen bij de Belastingdienst. Voordat u een betalingsregeling voorstelt, dient u dus goed na te gaan of uw debiteur uiteindelijk aan zijn of haar verplichtingen zal voldoen of niet. U moet het verzoek tot teruggaaf tijdig indienen. Dat betekent binnen een maand nadat duidelijk is dat uw afnemer niet betaalt. Uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van de vordering wordt geacht dat de debiteur niet meer zal betalen en moet u de btw terugvragen.
17. Bewaarplicht
Het opruimen en vernietigen van oude administratieve gegevens kan u uiteraard een kostenbesparing opleveren, maar houd daarbij wel rekening met de wettelijke bewaartermijn van ten minste zeven jaar van uw administratieve gegevens. Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen, moet u de btw-boekhouding zelfs tien jaar bewaren.
Voor de btw geldt in bepaalde gevallen een bijzondere bewaarplicht (van tien jaar). Permanente stukken (aktes, pensioen- en lijfrentepolissen enzovoort) mogen niet worden weggegooid.
Tip! Als u de gegevens van verkoopbonnen digitaal opslaat en deze ter beschikking kunt stellen aan de Belastingdienst, is het niet meer noodzakelijk om kassabonnen, kassarollen en dergelijke op papier te bewaren. Dit geldt ook voor facturen, mits bij het scannen geen informatie verloren gaat.
18. Informatieverstrekking uitbetaalde bedragen aan derden
Vanaf 1 januari 2022 zijn werkgevers verplicht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over uitbetaalde bedragen aan derden waarop geen loonheffingen zijn ingehouden. Als u dergelijke betalingen doet aan een natuurlijk persoon, moet u de Belastingdienst informeren over een aantal zaken, waaronder naam, adres, woonplaats, geboortedatum, Burgerservicenummer (BSN) en de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief kostenvergoedingen. De informatieplicht geldt niet voor onder andere betalingen aan werknemers, artiesten, beroepssporters, of vrijwilligers. Ook geldt de informatieplicht niet voor personen die een factuur hebben uitgereikt, mits die factuur voldoet aan de eisen van de Wet op de omzetbelasting 1968. U kunt de informatie aanleveren in de loop van het jaar zelf, maar deze informatie moet in elk geval uiterlijk in januari na afloop van het jaar zijn aangeleverd.
Tip! Begin tijdig met het in kaart brengen voor welke personen u aan deze informatieplicht moet voldoen en ga na of u over alle noodzakelijk gegevens zoals een BSN-nummer beschikt.
19. Update SBI-codes
Disclaimer
Bij de samenstelling van de Eindejaarstips 2025 is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Deze versie is samengesteld met de kennis tot 25 november 2025. Daarbij zijn wij ervan uitgegaan dat de Eerste Kamer het Belastingplan 2026 en de aangenomen amendementen zal goedkeuren. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.
HOOFDKANTOOR
Hoofdstraat 2 – 2351 AJ – Leiderdorp
BEL ONS
+31 (0) 71 54 22 720
