Fiscale wijzigingen 2023

 

Overzicht fiscale wijzigingen 2023, én tips!

Dit artikel verscheen eerder in onze HBK nieuwsbrief

Het jaar 2023 is alweer enkele weken onderweg. Wij zetten de belangrijkste fiscale wijzigingen die per 1 januari zijn ingegaan, of nog zullen ingaan, daarom graag overzichtelijk voor je op een rijtje. Rode draad van de wijzigingen is toch wel de toenemende belastingdruk voor de DGA en het MKB, helaas. Don’t shoot the messenger!

VPB/IB

1. 19% Vpb over eerste € 200.000,-

De tariefopstap in de vennootschapsbelasting (het gedeelte van het belastbaar bedrag waarover het lage Vpb-tarief is verschuldigd), wordt vanaf 2023 ingekort. Van € 395.000 naar € 200.000. Daarnaast wordt het tarief in deze schijf verhoogd van 15% naar 19%. Het reguliere Vpb-tarief blijft 25,8%. 

2. Vanaf 2024 van één naar twee aanmerkelijkbelangtarieven

Op dit moment kent box 2 één tarief van 26,9%. Met ingang van 2024 worden naar alle waarschijnlijkheid twee tariefschijven geïntroduceerd in box 2. Daarbij wordt de eerste € 67.000 aan inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2-inkomen) belast tegen een tarief van 24,5%, en het meerdere tegen een tarief van 31%. Dit geldt per persoon. Door het invoeren van een progressief tarief wil het kabinet de aanmerkelijkbelanghouder stimuleren om jaarlijks een beperkt bedrag aan dividend uit te keren waardoor belastinguitstel wordt tegengegaan. Met het hoge tarief tracht het kabinet de belastingdruk in box 2 meer in lijn te brengen met de belastingdruk voor ondernemers in box 1.

3. Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon

Per 1 januari 2023 is de doelmatigheidsmarge van 25% afgeschaft waardoor het gebruikelijk loon van de DGA minimaal gelijk dient te zijn aan 100% van het loon van de reguliere werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking, de ondergrens blijft onveranderd. Het gebruikelijk loon van de DGA diende hiervoor minimaal gelijk te zijn aan 75% van het loon van een reguliere werknemer binnen de B.V. met de meest vergelijkbare dienstbetrekking, waarbij een wettelijke ondergrens van €51.000 gehanteerd moest (en moet) worden. De vraag blijft echter nog steeds hoe de belastingdienst denkt dit te gaan controleren.

4. Afschaffing middelingsregeling

Tot onze grote verassing wordt in het kader van de vereenvoudiging van het belastingstelsel de middelingsregeling afgeschaft. Dit is een regeling waarbij belastingplichtigen sterk fluctuerende inkomens uit drie opeenvolgende jaren kunnen middelen tot een gemiddeld inkomen. De belastingheffing wordt hierdoor gematigd. Na evaluatie van deze regeling is volgens het kabinet gebleken dat de regeling slechts in 15% van de situaties wordt benut. Het laatste tijdvak waarover nog gemiddeld kan worden, betreft de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. Middelen over een middelingstijdvak met alleen kalenderjaren vanaf 2023 is niet meer mogelijk.

LH

5. Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding is met ingang van 1 januari 2023 verhoogd van € 0,19 naar € 0,21 per kilometer bedragen. In 2024 stijgt de vergoeding naar € 0,22 per kilometer.

PRIVE

6. Verhoging tarief box 3

Het tarief in box 3 gaat in drie jaar stapsgewijs omhoog van 31% in 2022 naar 34% in 2025. Het box 3 vermogen wordt hierbij onderverdeeld in sparen, beleggen en schulden met daarbij ‘passende’ forfaitaire rendementen. Om kleine spaarders te ontzien, wordt het heffingsvrije vermogen met ingang van 2023 verhoogd van € 50.650 naar € 57.000 (€ 114.000 gezamenlijk voor partners). Dit is een overgangsmaatregel. Het kabinet heeft het voornemen om vanaf 2026 een box 3-heffing over het werkelijke rendement te laten plaatsvinden.

7. Actualisering en beperking leegwaarderatio

Zowel in box 3 van de inkomstenbelasting als in de erf- en schenkbelasting wordt de waarde van verhuurde woningen met huurbescherming bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met de leegwaarderatio. De gedachte achter de leegwaarderatio is dat een huurder met huurbescherming een waardedrukkend effect heeft op de waarde van een woning. Per 1 januari 2023 is deze geactualiseerd. Dit heeft onder meer tot gevolg dat bij een jaarlijkse huurprijs van meer dan 5% ten opzichte van de WOZ-waarde, het percentage van de leegwaarderatio wordt verhoogd naar 100%.

Daarnaast wordt een onder een tijdelijk huurcontract verhuurde woning uitgesloten van de toepassing van de leegwaarderatio.

Daarnaast zal per 2023 bij verhuur aan gelieerde partijen (zoals een zoon of dochter) worden uitgegaan van het hoogste percentage in de tabel van de leegwaarderatio. Dat percentage zal vanaf 1 januari 2023 100% bedragen, waardoor de leegwaarderatio feitelijk ook niet meer voor dit type verhuurde woning geldt. Met deze maatregel worden voornamelijk vastgoedbezitters en vastgoed-B.V.’s geraakt en is het wellicht verstandig om huurcontracten voor onbepaalde tijd aan te gaan waar mogelijk, om zo alsnog van de leegwaarderatio gebruik te kunnen maken.

8. Aanpassing lenen van eigen vennootschap (vanaf €700.000)

Deze aanpassing houdt in dat bij aanmerkelijkbelanghouders die meer dan € 700.000 lenen bij hun vennootschap het meerdere belast wordt als inkomen uit aanmerkelijk belang. Eigenwoningschulden worden daarbij uitgezonderd. De maatregel gaat voor het eerst gelden voor het kalenderjaar 2023, waarbij gekeken zal worden naar de stand van de schulden per 31 december 2023. Iedere aanmerkelijkbelanghouder die meer dan € 700.000 bij zijn vennootschap heeft geleend, zal zijn positie opnieuw moeten bekijken.

9. 30%-regeling beperkt tot de Balkenendenorm (2024)

De 30%-regeling is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen en een specifieke deskundigheid bezitten die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of nauwelijks aanwezig is. Op basis van deze faciliteit kan maximaal 30% van het loon onbelast worden vergoed door de werkgever. Voorgesteld wordt om de 30%-regeling te beperken tot de zogenoemde ‘WNT-norm’, beter bekend als de Balkenendenorm (2022: € 216.000). Vanaf 1 januari 2024 is de maximale onbelaste kostenvergoeding 30% van de dan geldende WNT-norm.

Voor huidige 30%-regelingen komt een overgangsregeling. Als de werknemer in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling geniet, gaat de aftoppingsgrens in per 1 januari 2026. Ook blijft het mogelijk te kiezen voor het onbelast vergoeden van de daadwerkelijke extraterritoriale kosten in plaats van de 30%-regeling in geval de gemaakte kosten hoger zijn dan de onbelaste vergoeding onder de 30%-regeling. De werkgever moet deze keuze jaarlijks aan het begin van het jaar maken.

10. Verhoging overdrachtsbelasting

Een verkrijging van in Nederland gelegen onroerend goed is belast met overdrachtsbelasting. Wanneer een natuurlijk persoon een woning verkrijgt die hij of zij als hoofdverblijf gaat gebruiken, dan bedraagt het overdrachtsbelastingtarief 2%. In alle andere gevallen (verkrijging van bedrijfspanden, woning bestemd voor verhuur of vakantiewoningen) wordt dit tarief verhoogt van 8% (2022) naar 10,4%.

11. Btw-nultarief voor zonnepanelen

De btw op levering en installatie van zonnepanelen op woningen bedraagt per 1 januari 2023 0% . Door een btw-nultarief drukt geen btw meer op de aanschaf en de installatie van de zonnepanelen op woningen. Dit geldt zowel voor zonnepanelen die op de dakbedekking worden geïnstalleerd als voor geïntegreerde zonnepanelen die tevens als dakbedekking dienen. Daardoor hebben particuliere zonnepaneelhouders geen belang meer bij het terugvragen van de btw over deze zonnepanelen. Zij hoeven zich vaak ook niet meer aan te melden voor de kleineondernemersregeling als de jaaromzet van de teruglevering van elektriciteit minder dan € 1.800 bedraagt. In de meeste gevallen kunnen zonnepanelen daardoor op woningen worden geïnstalleerd zonder btw-druk en -verplichtingen.

12. Afschaffing jubelton

De schenkingsvrijstelling eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, wordt per 2024 volledig afgeschaft. Voorafgaand aan deze afschaffing wordt de vrijstelling per 1 januari 2023 verlaagd tot het bedrag van de eenmalige belastingvrije schenking ter vrije besteding. Dit betreft in 2023 een bedrag van €28.947, een forse vermindering dus.

13. Afbouw zelfstandigenaftrek

Het kabinet is van plan om de afbouw van de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 versneld terug te brengen, hierdoor zal deze het bedrag van €1.200 in 2026 al bereiken in plaats van het in het coalitieakkoord afgesproken jaar 2030. In 2023 zal de zelfstandigenaftrek €5.030 bedragen. Hierdoor zal ondernemen via een B.V. een stuk sneller fiscaal interessanter voor u kunnen worden.

Hoofdkantoor

Hoofdstraat 2
2351 AJ Leiderdorp

bel ons

071-5422720